Een onverwachte dag

Te mooi om niet te delen. Een gedicht van de hand van carameloca, een bevriende schrijfster. Geen enkel hartharnas is bestand tegen de ontwapenende kracht van deze bedrieglijk eenvoudige woorden. Je kan ze duizend keer lezen, wennen doen ze nooit.

Lees verder

De tuin

De tuin lag er stil en verlaten bij. De nazomerzon verschoot haar laatste warme stralen op de kruin van de treurwilg bij de vijver. Tussen de glanzend bruine takken fluisterden spoken van het verleden over bruisender tijden en weerklonken de echo’s van spelende kinderstemmen, buiten adem van te rennen op het pad dat liep van het huis langs de vijver naar het paviljoen tussen de olijfbomen achteraan. Lees verder

Verwondering

Maia was de mooiste tweejarige die je ooit hebt gezien. Ze had gouden krullen rond een frisse snoet met twee guitig glinsterende grijs-blauwe ogen, een nieuwsgierig neusje en een parmantig pruilmondje. Boven haar ogen gaven twee hoogopgetrokken wenkbrauwen haar fraaie snuitje een uitdrukking van permanente verwondering. Maar die vaste verwondering viel in het niet bij wat Maia voelde die middag dat Floris haar leven redde. Lees verder

A king’s end

De koning zette het scherp van zijn zwaard koud tegen de hals van zijn op de knieën gedwongen tegenstander. De gevallen man, ook een koning, hield in zijn rechterhand zijn onoverwinnelijke zwaard, drager van een naam en herinneringen die reikten tot ver voorbij het geheugen van de grootvader van zijn grootvader, maar nu slechts een dood gewicht aan het einde van een moegestreden arm. Met zijn linkerhand omklemde hij zijn banier, het vaan dat zonder hem niet staan kon, dat ook nu nog, nu hij daar zo zat met zijn knieën in het van bloed doordrenkte slijk, trots wapperde in de strakke wind die de wolken boven hem met hoge snelheid voortjoeg. Zo zat de ene koning daar, bloedend uit talloze wonden, de blik gericht op een horizon die hem nu wel erg dicht genaderd was. Hij slikte, proefde bloed, slikte nogmaals en richtte dan, langzaam, het hoofd op en keek in de ogen van de andere koning, wier zwaard zo aangenaam fris tegen zijn nek drukte.

Koningen keken elkaar aan, overwinnaar en overwonnene, aan elkaar verbonden door alles wat ze van de ander scheidt en nog veel meer.